Herken de scheefheden van het paard

8. Scheefheid onder/boven

Als de ruiter bovenstaande scheefheden niet corrigeert ontstaat er een onbalans in de onder en bovenlijn.
tl-crazy_horse_postcard
Een paard is opgebouwd uit twee spierketens:

1. Het dorsale spierketen systeem of te wel de ‘bovenlijn’.

Strekkers van de nek en hals, de overgang van de hals naar borstwervels, rug en achterhand spieren.

2. Het ventrale spierketensysteem of te wel de ‘onderlijn’.

Buigers van nek en hals, buikspieren en heup.

paard1

Een te strakke aanspanning (onder andere door de scheefheden van het paard niet te corrigeren) zorgt ervoor dat de spieren verstijven zodat de wervelkolom niet meer vrij kan bewegen. In stap en draf kunnen dan tactfouten ontstaan en een paard kan dan zelfs in een een telgang overgaan.
Voor een niet-gangenpaard betekent dit een grove verstoring van zijn natuurlijke beweging. Zelfs voor gangenpaarden zoals ijslanders is het moeilijk om in telgang een bocht te lopen. Hetgeen aangeeft dat zelfs ook bij gangenpaarden die een natuurlijke aanleg hebben voor telgang, de rug spieren (te) strak zijn. Lengtebuiging is dan bijna niet meer mogelijk.

De rug kan gezien worden als een spanboog. Alle elementen die betrokken zijn bij de beweging van de rug, zijn met elkaar verbonden. De boog is het gedeelte van de rug tussen de voor en achterbenen ofwel het thoracale en lumbale gedeelte van de wervelkolom en de spieren gelegen onder de wervelkolom is de draad.

bowstringspine
thoracale lumbale.jpg-for-web-normal
Bij het aanspannen van de draad (buikspieren) zal de boog (rug) zich bollen. Hierbij speelt de m. rectus abdominis een grote rol. Toch spelen er nog meer elementen een rol in het bollen (flexie) van de rug.
abs_bulge

Door de balans niet te verstoren van de dorsale en ventrale spierketensysteem (onder- en bovenlijn) is het belangrijk dat wij de buikspieren van het paard trainen. Maar hoe doen we dat?

Uit studies is gebleken dat de positie van de hals een grote rol speelt. Hoofd en hals zijn door het ligamentum nuchae en lamina nuchae verbonden met het ligamentum supraspinale. Dit lange “elastiek” loopt over de doornuitsteeksels van de rug en zal bij een lage hoofdhalshouding de doornuitsteeksels mee naar voren nemen waardoor het thoracale gedeelte van de rug in flexie (bol) komt. Zijn de achterbenen er niet goed bij, dan is het lumbale gedeelte van de rug nog hol (extentie). De spoas spieren en buikspieren die in werking treden als we de achterbenen activeren, zorgen ervoor dat het ligamentum supraspinale ook de uitsteeksels van het thoracale gedeelte in flexie brengt. Door correct voorwaarts neerwaarts te rijden zorgen we ervoor dat alle systemen met elkaar werken en zo een fijne soepele sterke rug opbouwen.

Scan0015.jpg-for-web-large

De onderlijn spieren (ventrale) in actie. (foto Anja Beran.de)

De onderlijn spieren (ventrale) in actie. (foto Anja Beran.de)

Door het paard te allen tijde voorwaarts neerwaarts te rijden, ook in de hoogtste verzameling, wordt door middel van de werking van de spierketens van de boven- en onderlijn een goed ruggebruik verkregen.
 
 
 
Foto: Anja Beran.de.