Gebruik en werking van de kaptoom

Een belangrijk onderdeel bij de basisafrichting van een paard is de kaptoom. De kaptoom wordt al beschreven in een van de eerste boeken over de africhting van een paard namelijk in het boek Ordini di Cavalcare van Frederico Grisone.
Frederico Grisone is de oprichter van de eerste rijacademie in Napels in 1532. Hij streefde naar lichtheid maar staat toch bekend als niet een van de vriendelijkste africhters. Toch is een beschrijving van een vorm van de kaptoom in zijn boek te vinden om een jong paard via de neusbrug af te richten in plaats van met een bit.

Grisone.jpg-for-web-normal

De kaptoom is onder andere verder ontwikkeld door Francois Robichon de la Guérinière (1688 -1751). In de Academische Rijkunst van heden wordt gewerkt met de kaptoom ontwikkeld door Bent Branderup, Grootmeester in de Academische Rijkunst van nu.

De academische kaptoom

De academische kaptoom is gemaakt van soepel leer en ziet er uit als het neusriemgedeelte van een gewoon hoofdstel. De neusriem van de kaptoom bestaat uit een met leer omhuld fijn kettinkje met vele schakeltjes met daaraan drie beweeglijke ringen. Verder zit er nog een riempje aan die aan de zijkant om de kaak gaat, zodat de kaptoom niet te veel gaat schuiven. De academische kaptoom kan in een gewoon hoofdstel geïntegreerd worden in plaats van de neusriem en kan dan in combinatie met een bit gebruikt worden.

De werking van de kaptoom

Met de kaptoom kun je gericht druk uitoefenen achter de oren waardoor het paard leert wijken voor de druk en het hoofd laat zakken alsmede buiging naar de zijkant te vragen zonder hierbij druk in de mond uit te oefenen.

De neusriem werkt vanaf de neusbrug, de bovenkant van de schedel. De bovenkant van de schedel is direct verbonden met de halswervels en daardoor weer verbonden aan de rug- en lendewervels, het heiligbeen en staartwervels. Vanaf de neusbrug kun je dus invloed uitoefenen op de buiging door het hele paard.

Hiervoor is het van belang dat de halswervels zodanig geplaatst zijn dat de buiging ook daadwerkelijk door het hele lijf doorkomt. De halswervels liggen correct als het paard een voorwaarts neerwaartse houding aanneemt.

horse_head_attachment.bmp-for-web

Het neusbeen is gevoelig maar minder gevoelig dan de tong en de lagen van de mond. Daarbij is de onderkaak verbonden aan de schedel door middel van een scharnier waardoor de werking minder effectief kan zijn. Daarbij kan het paard omdat hij het heen en weer schuiven van het bit niet prettig vindt, zijn kaakspieren aanspannen waardoor het weer moeilijker wordt om ontspanning in de hals (en dus in de hele paard) te verkrijgen. Een kaptoom voorkomt dat het hoofd gaat kantelen bij het vragen van stelling. Het paard leert om na te geven en te ontspannen op andere signalen dan alleen druk op de tong en/of op de gevoelige lagen van de mond. Als er teveel druk in de mond is dan zal het paard zijn hoofd afbuigen om van die druk af te komen en loopt ‘achter het bit’. En helaas is dit het beeld dat veel ruiters zien als ‘aan de teugel’.

De neusriem van de kaptoom dient geplaatst te worden ongeveer in het midden van de neus, ongeveer waar ook een Engelse neusriem geplaatst word.

Met de kaptoom kunnen we druk uitoefenen achter de oren waardoor het paard leert wijken voor de druk en het hoofd laat zakken. Zodra het paard daar is waar we het hoofd willen hebben, wordt de druk achter de oren weggehaald. Het 'Paard geeft na, ruiter geeft na'-principe.

Vervolgens vragen we het hoofd opzij. Het paard moet hierbij zijn gewicht gelijk over zijn vier benen blijven verdelen en mag hierbij ook niet wegdraaien met de achterhand. Met deze oefening kan men tevens testen aan welke kant het paard het makkelijkste buigt.

Door een voorwaarts neerwaartse houding aan te nemen en dan stelling te vragen kunnen we zien dat de hals aan de binnen zijde hol wordt…

…en aan de buitenzijde bol. Hier wordt dus in stilstand geoefend wat we met het rijden ook voor elkaar willen krijgen. Het paard komt aan de buiten teugel en ontspant op de binnen teugel.

Bovenstaande foto’s zien er in beweging als volgt uit:

Druk rechts op pijltje en en dan “HQ” voor een betere kwaliteit.

Bovenstaande oefeningen zijn de eerste oefeningen met de kaptoom. Het paard went op deze manier aan de kaptoom en zal de handelingen snappen zodra ze in beweging worden gevraagd. Zodoende kunnen we bijvoorbeeld met longeren toch steeds de juiste houding vragen terwijl wij op afstand staan. Tevens is het een leuke test om te kijken aan welke kant het paard het makkelijkste buigt en of het paard moeite heeft om zijn gewicht over zijn vier benen gelijk verdeeld te houden.

Longeren

De kaptoom is ook een uitstekend hulpmiddel bij het longeren. Doordat het paard heeft geleerd het hoofd te laten zakken en stelling te nemen, kunnen we dat ook op afstand vragen. Doordat er geen gebruik wordt gemaakt van bijzet- of andere hulpteugels leert het paard zichzelf uitbalanceren. Met de kaptoom kan de gewenste houding van het paard worden gevraagd en een goed ondertredende achterhand verkregen.

Het paard moet ook echt de tijd krijgen om zichzelf uit te balanceren met correct gebruik van zijn lichaam en met name van zijn hals, vooral als hij dat niet gewenst was. Aan de longeur de taak om het paard te helpen zoeken naar het beste tempo waarin hij de beste balans kan laten zien, door hem af ten toe wat af te remmen of hier en daar wat meer te activeren. Én uiteraard goed belonen wanneer het goed gaat!

Hulpteugels dwingen een paard in een bepaalde houding te lopen. Vaak worden de hulpteugels zo kort gezet dat er een valse knik in de hals ontstaat. Een paard is dan snel geneigd om op het bit te gaan hangen en kan zijn hals niet gebruiken om zichzelf uit te balanceren. Met de kaptoom kan het paard zijn hals als balansstang blijven gebruiken en kan tussendoor even zijn halsstrekken. Op verzoek van de longeur of dat het paard dat zelf even wil.

De dorsale- en ventrale spierketens (onder- en bovenlijn) worden optimaal getraind.