2013: Met plezier aan het werk

Inmiddels is het voorwaarts gaan geen probleem meer. Daarom hoog tijd om aan de zijgangen te beginnen. De zijgangen zijn fijne soepelmakende oefeningen en het paard moet hierbij het verschil leren tussen een voorwaarts drijvend been en een zijwaarts drijvend been. De hulpen zijn nu nog iets aan de grote kant, dat niet betekent dat de hulpen met veel kracht worden gegeven maar wel duidelijk. Zodra het paard snapt wat de bedoeling is worden de hulpen kleiner en kleiner. Hieronder duidelijke hulpen bij het wijken.
DSC09465.JPG-for-web-normal

Balkjes lopen heeft verschillende doelen, voorwaarts laten denken en flexibiliteit.

PICT6034.JPG-for-web-normal
PICT5930.JPG-for-web-normal

Aanleren achterwaarts

PICT5916.JPG-for-web-normal
PICT5917.JPG-for-web-normal

Achterwaarts is een belangrijk onderdeel van de training. Achterwaarts mobiliseert het paard en maakt het paard flexibel. Een paard moet net zo makkelijk achterwaarts kunnen stappen als voorwaarts. Achterwaarts wordt vaak alleen als gehoorzaamheidsoefening gebruikt, echter in de klassieke dressuur wordt er een grote trainingswaarde aan verbonden. Achterwaarts wordt ook wel de omgekeerde verzameling genoemd. Het doel is om de achterhand gewicht van de voorhand over te laten nemen. Het paard mag hierbij hoofd en hals niet te diep en te laag houden, de rug niet lang maken of met slepende trage passen achterwaarts gaan. Als dit bij het paard te zien is dan betekent dat meestal dat de rug strak is en het bekken niet mobiel.

Het paard moet zich van voren oprichten en achter gaan zitten. Achterwaarts is een tweetact beweging en het diagonale benenpaar moet dus gelijktijdig naar achteren stappen.

Het is op zich geen moeilijke oefening. Het wordt pas moeilijk als achterwaarts niet in de training of vrij laat in de training betrokken wordt. Het is daarom verstandig dit in een vroeg stadium vanaf de grond al aan te leren. Dat maakt het onder het zadel makkelijker omdat het lichaam dan al veel flexibeler is en het paard de hulpen sneller snapt. In het begin is het fijn als er iemand op de grond bij staat die het achterwaarts begeleidt. Op de foto’s hierboven worden de hulpen nog niet helemaal correct gegeven. Bij het aanleren is het beter de eigen schouders naar achteren te richten om de beweging van het paard te volgen zodat het later mogelijk is het paard met zithulp en steeds minder teugelhulp achterwaarts te laten gaan.

november 2 2013.jpg-for-web-normal
november 2013.jpg-for-web-normal